Op 18 maart 2026 kiezen we de leden van de gemeenteraad van Houten. In totaal worden er 31 leden in de gemeenteraad van Houten gekozen. Aan de verkiezingen in Houten doen 10 politieke partijen mee.
Hoe zit de gemeentelijke politiek nu eigenlijk in elkaar?
Voor de één is het antwoord op deze vraag gesneden koek, voor iemand die er niet dagelijks mee te maken heeft, is vraag lastig. Daarom in deze paragraaf een korte uitleg:
De gemeenteraad
In de gemeenteraad zitten 31 mensen (raadsleden). De inwoners van Houten, Schalkwijk, Tull en ’t Waal en ’t Goy kiezen de raadsleden. De gemeenteraad wordt ook wel de volksvertegenwoordiging genoemd. Je kan de gemeenteraad dus vergelijken met de 1e en 2e kamer in Den haag. In heel Nederland kiezen we om de vier jaar in elke gemeente en op dezelfde dag de leden van de gemeenteraad. ln 2022 voor de laatste keer en dit jaar dus weer op 18 maart 2026.
De gemeenteraad is het belangrijkste en hoogste onderdeel van de gemeente. De meerderheid van de gemeenteraad bepaalt wat er moet worden gedaan en waaraan het geld van de gemeente wordt besteed. Ook controleert de gemeenteraad het college van Bur-gemeester & Wethouders (B&W). Het college van B&W moet de besluiten van de gemeenteraad uitvoeren.
De gemeenteraad vergadert ongeveer 1x per maand. Op die vergadering besluiten de le-den over de voorstellen die door het college van B&W aan de gemeenteraad zijn gedaan. Dat kan bijvoorbeeld gaan over het plan dat woningbouw op de locatie Kerkzicht mogelijk moet maken. Als 16 raadsleden (de helft +1) van de 31 vóór een besluit zijn, is het besluit genomen.
Het college van Burgemeester & Wethouders (B&W)
Dat zijn in Houten meestal 4 of 5 mensen. Je kan het college van B&W vergelijken met de ministerraad in Den Haag. De gemeenteraad bepaalt hoeveel wethouders er komen. De burgemeester is onafhankelijk van de partijen. Hij of zij solliciteert en een commissie van de gemeenteraad maakt een keuze uit de sollicitanten. Zij kiezen er één uit en hij of zij wordt vervolgens benoemd tot burgemeester door de koning voor een periode van 6 jaar. Na 6 jaar kijkt de gemeenteraad of die benoeming voor 6 jaar kan worden verlengd.
De wethouders worden door de gemeenteraad benoemd voor in principe de hele raadspe-riode. Dus straks voor 4 jaar: van 2026 tot aan de volgende verkiezingen in 2030. Telkens als er verkiezingen zijn geweest, moet de gemeenteraad opnieuw bepalen wie de nieuwe wethouders worden.
Het college van B&W voert dus de besluiten van de gemeenteraad uit. Het college is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in de gemeente. Dat wordt besturen genoemd. Bij dat besturen hoort ook het doen van voorstellen aan de gemeenteraad. En daarmee heeft het college van B&W een grote invloed op wat er wel of niet in de gemeenteraad wordt besproken en besloten. De gemeenteraad kan ook zelf voorstellen voorbereiden (dat heet initiatiefrecht), maar in de praktijk komt dat niet zo vaak voor.
Portefeuilles van de wethouders
Net zoals in Den Haag de ministers dat doen, verdelen in de gemeente de wethouders onderling het werk. Ze krijgen allemaal een eigen taak en werkterrein. In Den Haag noemen ze dat een ministerie. In de gemeente heet dat een portefeuille. Denk bijvoorbeeld aan ruimtelijke ordening, mobiliteit, onderwijs, sport en participatie.
o Wethouder buitengebied.
In de afgelopen periodes hadden we ook een wethouder voor het buitengebied. In de periode 2018-2022 was dat Hilde de Groot (onze plaatsgenote) van GroenLinks en in de huidige periode 2022-2026 is dat Wouter van den Berg van de SGP.
o Coalitie en oppositie
De partijen die samen de wethouders gaan leveren noemen we de coalitie. Na de verkiezingen vindt er net als in Den Haag een formatie plaats. Bij gemeenten is dat meestal binnen twee maanden klaar.
Op dit moment (raadsperiode 2022-2026) vormen ITH, VVD, NatúúrlijkHouten en SGP samen de coalitie en dus het college van B&W in Houten. Zij hebben de hele raadsperiode samengewerkt. Wel is het een paar keer voorgekomen dat een wethouder is afgetreden en een nieuwe wethouder is benoemd. Maar het college is niet ‘gevallen’. Als in Den Haag het kabinet ‘valt’, komen er nieuwe verkiezingen. Dat is in een gemeente niet zo. Als een college ‘valt’, moeten de leden van de gemeenteraad samen bepalen hoe er toch weer een nieuw college kan worden gevormd.
De partijen die geen wethouders leveren, noemen we de oppositie. In de afgelopen periode waren dat CDA, Christen Unie, D66, GroenLinks, Houten Anders en PvdA.
o Formeren, samenwerken en compromissen sluiten
Zonder op de zaken vooruit te willen lopen, verwachten wij niet dat er in Houten straks 1 partij is die 16 (de helft + 1) raadszetels gaat halen. Dit betekent dat er net als in den Haag moet worden samengewerkt om een college van B&W te vormen. En dus moeten partijen water bij de eigen wijn doen en compromissen sluiten. Hoe doen ze dat?
Na de verkiezingen gaan een aantal partijen, net als in Den Haag, met elkaar om de tafel zitten. Ze gaan kijken of ze er samen uit kunnen komen. Als dat lukt maken ze een programma dat ze willen gaan uitvoeren. Dat wordt een coalitieakkoord genoemd. Zo’n formatieproces waarin het gaat om ‘wie met wie’ en ‘wat gaan we dan doen’, is niet eenvoudig en kan veel gedoe geven. En net als in Den Haag doet het er dan ook toe of mensen elkaar liggen of mogen en of ze in het verleden wel of niet politiek ‘mot’ met elkaar hebben gehad. Voor ons als inwoners is dat een black-box en we moeten de uitkomst wachten.
o Ambtelijk apparaat
Bij de gemeente Houten werken, verspreid over verschillende teams, ongeveer 350 medewerkers. De gemeentesecretaris is de ‘baas’ en vormt samen met twee directeuren, de directeur Bedrijfsvoering en de directeur Fysieke Leefomgeving, de directie. Het college van B&W voert uit wat de gemeenteraad heeft besloten en bereidt ook veel van de besluiten van de gemeenteraad voor. Dat doen de burgemeester en de wethouders natuurlijk niet zelf. De ambtenaren doen het meeste werk. Als bestuur van Stichting Mooi ’t Goy hebben we regelmatig overleg en contact met de ambtenaren om zaken voor te bereiden of af te stemmen. Maar dat betekent niet dat de ambtenaren de dienst uitmaken. Het laatste woord is altijd aan de gemeenteraad.



